Column 9…  ‘Morrie mensen...’  Naar Italië…

 

Het is in de zomer van 1970 wanneer ik vrij plotseling besluit op mijn oude Harley naar Italië te gaan. Het is een mengeling van zucht naar avontuur, geldingsdrang en iets met hormonen die aan dit besluit ten grondslag ligt. Voordien ben ik feitelijk nog nimmer de grens over geweest, een balanceren op het drielandenpunt daar gelaten… Het trotseren van vaderlandse waterlinies als IJssel ( naar Assen ) of Noordzeekanaal en Maas ( Harley-onderdeel adressen ) zijn de enige wapenfeiten tot dan. Ernstige verliefdheid is toch wel de druppel die de emmer der dadendrang doet overlopen… Mijn lief gaat met haar moeder, broers en zussen per vliegtuig naar Italië, vakantie vieren  aan de Middellandse zee. Deze prachtige plas, krijgt nu ineens ook op mij een geweldige aantrekkingskracht. Het betekent allereerst heel hard werken, om in korte tijd voldoende geld te genereren voor zo’n motortrip. ‘Normaal’ vakantiewerk lijkt niet toereikend en ik besluit te gaan werken via een ‘koppelbaas’ in de bouw. Het is hard werk, dat ik als studentje eigenlijk niet gewend ben, maar ik hou er wel  van het gezonde lijf eens goed te belasten… Best wel vastberaden, maar ook met de nodige spanning in het lijf vertrek ik op zekere morgen in alle vroegte. Met een vorstelijk opgeladen Harley eerst richting België. Naast een tent, slaapzak en kleding, wat gereedschap, reserveonderdelen gaat er vooral véél olie mee. Een olieverbruik van een liter op zo’n vierhonderd kilometer is heel normaal voor deze motor… De eerste overnachting vindt plaats op een camping in de buurt van Metz in Noord-Frankrijk.  Ik voel me hier nog niet thuis, maar een ontmoeting met een franse motorrijder op een Norton Commando, brengt daar wat verandering in en schept een voorzichtige band. De volgende dag binnendoor richting Zwitserland via de noordkant van het meer van Genève. Als ik na een lange, sombere, druilerige dag de grens met dat land overschrijdt, schijnt plots de zon op de bergtoppen en het fantastische uitzicht zorgt terstond voor een onbeschrijflijk goed gevoel… Ik zit nu zingend op de motor, schaarse voorbijgangers kijken verbaasd op. Zwitserland is een verademing om te rijden met de Harley, niet alleen door de natuur, maar ook vanwege het fraaie wegdek. Ik rij langs Martigny richting Italiaanse grens  en de Bernhard Pas. Voor Aosta is een fraaie, hooggelegen camping waar ik mijn tentje opzet. De enige malheur die ik tot dan heb opgelopen is een gebroken zadelbrug. Deze wordt door een dorpssmid gelast en de man vindt het zo prachtig dat ik ‘sole mio’ uit Holland kom gereden dat hij van betaling niets weten wil. Ik bedank hem hartelijk en vervolg mijn weg. De derde dag rij ik richting Middellandse zee alwaar mijn lief met haar familie in Borghetto verblijft. De temperatuur is inmiddels aanzienlijk gestegen en het is ver over de dertig graden als ik na een zeer stoffig traject eindelijk bij het kustplaatsje arriveer… Als ik mijn helm en motorbril afzet, valt het mij op dat de omstanders mij nogal vreemd aan staren. Okee, lang haar is hier nog niet zo ingeburgerd als in Holland denk ik nog, terwijl ik de zijstandaard iets in het hete asfalt zie zakken. Wanneer ik wat later in een spiegel kijk, snap ik de verbaasde blikken…; mijn gezicht is behoorlijk zwart en er zitten grote, witte kringen rond mijn ogen, wegens de bril… Nu schiet ik zelf in de lach…, ook vanwege een gevoel van opluchting, dat ik het zonder noemenswaardige problemen gehaald heb met de trouwe Harley en last but not least;… de hereniging met mijn lief…

 

Ernst Hagen

 

 

© Ernst Hagen Motoren | Ontwerp: PK Designs