Column 5           Met zus op stap…

 

Mijn jongste zus heeft een tijdje bij een poppenspeler in Beets gewerkt. Dit pittoreske Noord-Hollandse dorpje is wat moeizaam per openbaar vervoer te bereiken. Mijn zus heeft derhalve een tijdje mijn brommer, een fraaie, maar ook wat bedaagde Honda C310, gebruikt. Ik reed eigenlijk toch voornamelijk met
de Harley…

Op zekere morgen, als ik met de Harley Davidson op vakantie ben, rijdt mijn zusje, met deze toch waarlijk niet al te snelle tweewieler pardoes een prutsloot in. Het waarom van deze ludieke, doch niet geheel ongevaarlijke actie is mij nooit geheel duidelijk geworden, zó slecht stuurde dat apparaat nu ook weer niet en aan de snelheid van het vehikel kan het dus eigenlijk ook niet gelegen hebben. Waarschijnlijk was zuslief in ernstig gepeins verzonken, bijvoorbeeld over haar broer en zijn oneindige goedheid om voertuigen uit te lenen, zou zomaar kunnen…

De sloot nu blijkt  van een nogal slordige soort en geheel bedekt met kroos te zijn. Anneke, mijn zus dus, wordt  door toesnellend agrarisch volk op de kant gehesen en ergens mee naar binnen genomen alwaar zij zich van modder en kroos kan ontdoen. Even later zit zij in gezellig boerenbont voor de kachel weer wat bij zinnen te komen. Plots schrikt zij overeind en roept: “De brommer…!... Me broer ze brommer…!” Vervolgens wordt operatie hooivork op touw gezet en jawel, na een zorgvuldige expeditie blijkt er nog een stukje stuur boven het groenbruine kroos uit te steken… Met m’n zus is het helemaal goed gekomen, met de C310 uiteindelijk ook weer…

Terug van vakantie hoor ik het hele verhaal en kan er wel om grinniken.
Een heel zussie is toch fijner dan een verzopen bromfiets…, al is dat ook een heuse Honda.

Mijn zus wil nog steeds naar Beets en zo geschiedt het dat ik haar ook eens weg breng, op de Harley. Vanaf Purmerend rij je richting Oosthuizen en op een gegeven moment linksaf, richting Beets. Nu blijkt er precies in die bocht een melkbus van een kar gemieterd, een grote plas van dat witte vocht achterlatend. Volle melk is best wel vet en geeft daardoor een uiterst geringe wrijvingscoëfficiënt. Daar kom ik achter als ik ferm de linkerbocht in stuur…

Vóór blijf ik nog net over voldoende grip beschikken, de achterkant  breekt echter, naar het schijnt hopeloos, uit en zo zeilt de motor over zijn valbeugels eerst negentig, daarna honderd tachtig en uiteindelijk driehonderd en zestig graden om z’n voorwiel… Na deze cirkel geheel voltooid te hebben, krijgt de motor weer grip, richt zich door het restant der centrifugaal kracht weer op en ik kan direct en zonder verder enig probleem mijn weg vervolgen… Niet eens een gat in de broek deze keer. Mijn zus is sprakeloos, hetgeen toch tamelijk ongebruikelijk is voor een vrouw. ( Ja, ja, in gedachten zie ik  mijn oude biologieleraar het hoofd meewarig schudden… ) Ik stop natuurlijk even om te ‘checken’ of alles ook bij haar verder in orde is. Afgezien van de tijdelijke sprakeloosheid blijkt alles okee en keert ook haar stemgeluid weer terug. Haar verbijstering maakt plaats voor bewondering wanneer ik haar vertel dat ik dat altijd op deze wijze oplos: “Een kwestie van motorbeheersing, gevoel en ervaring…!”  voeg ik er zelfverzekerd nog aan toe.

Mijn lieve zus heeft dit heel lang geloofd…

 

Ernst Hagen

 

 

 

© Ernst Hagen Motoren | Ontwerp: PK Designs